nieuws-historie

  • 2 september 2011 - Verslaggeving Van Lanschot Bankiers in vizier van beleggers

    Momenteel behandelt de Geschillencommissie van het KiFiD een zaak van twee niet onbemiddelde beleggers die een aantal klachten indienden over de adviezen en voorlichting van hun bank (Van Lanschot).
    De zaak draait onder andere om de onjuiste voorlichting over de aard van diverse obligaties. De jarenlange classificatie die de bank eraan had gegeven bleek onjuist . De beleggers werden gealarmeerd toen zij tijdens de lopende procedure constateerden dat de bank stilzwijgend een of meer wijzigingen had doorgevoerd in de maandrapportage. De Bank verweert zich thans met de opmerking dat er sprake was van een verfijning, maar de beleggers stellen dat de verslaggeving gebreken vertoonde.
    Van diverse als obligatie aangeduide beleggingen blijkt dat de leningen geen gewone obligaties waren, maar zogenaamde steepeners of achtergestelde floating rate obligaties. Producten met een heel ander risico derhalve.
    Zo stond de obligatie van de Nederlandse waterschapsbank jarenlang als obligatie in de maandrapportage terwijl het een zogenaamde steepener betreft. Ook een lening van de Caixa Terrassa Soc. bleek na verloop van tijd geen gewone obligatie maar een achtergestelde floating rate obligatie (FLRAO). Aan dergelijke producten zitten andere risicos waardoor de kans groot is dat ze niet of slechts in bepaalde mate in de portefeuille passen.

    De beleggers verklaren dat zij begin dit jaar navraag hebben gedaan bij Van Lanschot. De bank zou hebben aangegeven dat het zonder kennisgeving veranderen van de codes van obligaties in de rapportage onjuist is geweest. De onjuiste coderingen zouden te wijten zijn aan noodzakelijke vernieuwingen in het computersysteem van de bank, aldus de twee beleggers.

    De Vermogensmonitor denkt dat beleggers deze wijzigingen niet - bewust - hebben opgemerkt en raad aan om de eigen rapportages na te zien op dit soort wijzigingen of onjuistheden. De Vermogensmonitor adviseert bij de constatering van vergelijkbare wijzigingen om direct een klacht in te dienen bij hun bank. Wanneer er geen bevredigende reactie van de bank volgt is het zaak om de klacht dan binnen drie maanden voor te leggen aan het Klachten Instituut Financiele Dienstverlening (KiFiD).
    Het hoeft overigens niet zo te zijn dat er schade is geleden door de onjuiste voorlichting. Onderzoek moet dat uitwijzen.
  • 10 juni 2011 - Waarom het KiFiD het (onterecht) moet ontgelden

    KiFiD kenner Paul van Straaten meent dat de kritiek op het klachteninstituut volkomen misplaatst is. Hij legt op FTM.nl uit waarom.
    Lees column en reacties op FTM.nl.
  • 1 juni 2011 - Effectenlease sleept voort

    Tot verbazing van de Vermogensmonitor zijn er nog diverse consumenten in het bezit van effectenleaseproducten zoals het Levob Hefboomeffect. De gedupeerden hebben veelal 10 jaar lang rente betaald en worden nu geconfronteerd met een restschuld die kan oplopen tot duizenden Euro's per contract.
    De Vermogensmonitor is al 8 jaar in de slag met Levob. Sinds 2007 zijn er vele honderden schikkingen getroffen.
    Consumenten waarvan het contract de afgelopen 12 maanden afliep en nog geen regeling hebben getroffen kunnen door Vermogensmonitor op basis van no-cure-no-pay worden bijgestaan.
    Opvallend is de mededeling van een ex-medewerker van Levob, dat leasproces voor haar clienten een omslachtig traject bewandelt waardoor de gedupeerden nog lang in onzekerheid zullen blijven verkeren. Eerder liet Dexia een zelfde geluid horen over leaseproces.
    Ook gedupeerden klagen regelmatig over deze belangenbehartiger. Vanuit ons perpectief lijkt het er sterk op dat Leasproces te veel hooi op haar vork heeft genomen...
  • 1 oktober 2010 - AFM beboet Wilgenhaege Vermogensbeheer voor zware overtreding

    . De Autoriteit Financiele Markten (AFM) heeft op een bestuurlijke boete van 12.000 Euro opgelegd aan Wilgenhaege Vermogensbeheer B.V. (Wilgenhaege). Wilgenhaege heeft individuele vermogens van clienten beheerd, terwijl zij onvoldoende informatie had ingewonnen om de wijze van het beheer op te baseren. Daarom is het niet duidelijk of de wijze van beheer in het belang van de client is geweest. De AFM heeft zeventien dossiers van Wilgenhaege onderzocht uit de periode van 1 april 2008 tot 4 juni 2009. In alle zeventien dossiers zijn individuele vermogens van clienten beheerd op grond van het beleggingsbeleid behoudend beheer.

    100% onvoldoende inzicht in risicobereidheid
    Schokkend is de bevinding van de AFM dat de ingewonnen informatie over de risicobereidheid van hun clienten, Wilgenhaege onvoldoende in staat heeft gesteld om vast te kunnen stellen dat de transacties waarop haar vermogensbeheer betrekking had, voldeden aan de beleggingsdoelstellingen van de clienten. In geen van de zeventien onderzochte dossiers is voldoende informatie ingewonnen over de risicobereidheid van de client. In dertien van de zeventien onderzochte dossiers is onvoldoende informatie ingewonnen over de doelstellingen van client. Met de ingewonnen informatie over risicobereidheid en de doelstellingen van deze clienten is Wilgenhaege namelijk onvoldoende in staat geweest om vast te kunnen stellen dat de transacties waarop haar beheer betrekking had, voldeden aan de beleggingsdoelstellingen van de client.
    76% onvoldoende inzicht in financiele positie
    In dertien van de zeventien onderzochte dossiers is onvoldoende informatie ingewonnen over de financiele positie van de client. Met de ingewonnen informatie over de financiele positie van deze clienten is Wilgenhaege namelijk onvoldoende in staat geweest om vast te kunnen stellen dat de transacties waarop haar vermogensbeheer betrekking had, van dien aard waren dat de betrokken clienten de met hun doelstellingen samenhangende beleggingsrisicos financieel konden dragen.

    Hiermee heeft Wilgenhaege artikel 4:23, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht overtreden. Deze bepaling verplicht financiele ondernemingen die het individueel vermogen van clienten beheren, om in het belang van de client voldoende relevante informatie over de financiele positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid van de betrokken client in te winnen (klantprofiel). De financiele onderneming moet ervoor zorgen dat het advies mede is gebaseerd op de ingewonnen informatie.

    Overtreding van artikel 4:23, eerste lid, Wft is door de wetgever aangemerkt als een zware overtreding.
  • 17 Augustus 2010 - KiFiD wijst 70% van schade in Hedge fund toe

    Betrokken vermogensbeheerder in zwaar weer
    De Vermogensmonitor trad het afgelopen jaar op voor een belegger die op advies van zijn Vermogensbeheerder een te groot deel van zijn vermogen belegde in een risicovol hedge fund.

    Het KiFiD wees eind juli een aanzienlijk deel van de schade toe. Deze bepaalde dat de belegger een eigen schuld van 30% van de schade moest dragen, daar deze immers had ingestemd met de belegging.
    Een laatste poging om tot een schikking te komen mislukte dinsdagmiddag.
    De Vermogensmonitor zal daarom de klachten voorleggen aan de geschillencommissie van het KiFiD.

    Naar schatting van de Vermogensmonitor zijn er nog enige tientallen vergelijkbare gevallen waarvan de gedupeerden geen weet hebben van de gronden waarop zij de vermogensbeheerder ogenschijnlijk succesvol kunnen aanspreken.

    Eerder wees het Hof van Amsterdam de eisen van een kleine groep beleggers van de hand; de Vermogensmonitor was daar overigens NIET bij betrokken.
  • 29 juni 2010 - Nordea Luxemburg

    De Vermogensmonitor heeft besloten om zowel Nordea als de Limburgse Vermogensbeheer Lancelot aansprakelijk te stellen voor hun gedragingen in het laatste kwartaal van 2008, nadat pogingen om tot een dialoog te komen op niets zijn uitgelopen.
    Vanaf april in 2009 heeft de Vermogensmonitor pogingen ondernomen om met Nordea een dialoog te starten teneinde te bezien of een schikking tot de mogelijkheden behoort. Nordea heeft echter tot op heden geen enkel signaal afgegeven waaruit blijkt dat een dialoog mogelijk zou kunnen zijn.
    Vermogensmonitor verwijt Lancelot en Nordea dat zij in het laatste kwartaal van 2008 zeer onverantwoord hebben gehandeld. Vermogensbeheer Lancelot nam het initiatief om de portefeuilles van haar clienten terug te brengen tot een perpetuele lening tegenover een grote leningen in diverse valuta's. Nordea wordt daarbij verweten dat zij de overdreven bevoorschotting veel te lang heeft toegestaan. De gedupeerden raakten in diverse gevallen meer dan hun oorspronkelijke inleg kwijt, waarbij het om bedragen ging die de aandelenlease-affaire doet verbleken.
  • 15 juni 2010 - Uitspraak Geschillencommissie KiFiD niet zonder gevolgen

    Ombudsman: alleen bij behoudend-beheer-overeenkomst

    Inclusief nadere toelichting Vermogensmonitor dd 15 juni 2010

    Recent publiceerde het KiFiD een uitspraak van de Geschillencommissie Financiele Dienstverlening die verstrekkende gevolgen kan hebben voor de risicobeoordeling van effectenportefeuilles. Naar de uitspraak werd reikhalzend uitgekeken door gedupeerde beleggers van Vermogensbeheerder Wilgenhaege. Het KiFiD heeft veel zaken aangehouden in afwachting van twee zaken die liepen bij de Geschillencommissie. In een zaak is nu de uitspraak gepubliceerd.

    Beleggingsrisico
    In de onderhavige zaak heeft eiser drie klachten geformuleerd, waarvan de Commissie er een honoreert. De Commissie is (kort gezegd) van oordeel dat het door de beheerder genomen beleggingsrisico veel groter was dan overeengekomen. In de beheerovereenkomst is bepaald dat de beheerder binnen bepaalde bandbreedtes het toevertrouwde vermogen kon verdelen over de verschillende soorten effecten. Zo is bepaald dat tussen de 0% en 30% belegd mocht worden in aandelen. Alhoewel uit de kwartaalrapportages geen overschrijdingen leken te zijn voorgekomen, gaf de Commissie tot in detail aan welke effecten naar haar oordeel tot de aandelen gerekend dienden te worden wanneer naar het portefeuillerisico beoordeeld moet worden.

    Bedrijfsobligaties
    De uitspraak van de Commissie is van grote betekenis voor geschillen tussen beleggers en vermogensbeheerders, daar de Commissie een aantal effecten, bij naam en soort noemt en daarbij aangeeft dat deze feitelijk tot een hogere risicoklasse behoren. Zeer opmerkelijk is de conclusie dat

    een prudent handelende vermogensbeheerder voor toepassing van het risicoprofiel bedrijfsobligaties ten dele, voorzichtigheidshalve tot de helft, tot de aandelen dient te rekenen.

    Ook met betrekking tot de veel geplaagde structured notes is de Commissie van oordeel dat deze voor de toepassing van het risicoprofiel tot de aandelen behoren. De Commissie laat zich verder vergelijkbaar uit over de door Wilgenhaege veel aangekochte Pentastrikes, autocallable notes en de zogenaamde (op een optieconstructiegebaseerde) Vega notes.

    20% wordt 65%
    Uit de verslaggeving viel op te maken dat er gemiddeld iets meer dan 20% belegd was in aandelen. De Commissie stelt vast dat gemiddeld 65% van het beheerde vermogen is belegd in beleggingsvormen die wat beleggingsrisico betreft als aandelen zijn te beschouwen.

    Jurisprudentie
    Voor geschillen tussen vermogensbeheerders en beleggers is dit een belangrijke uitspraak, daar beleggers hiermee steun in rug krijgen wanneer het gaat om de hoogte van het risico dat gemoeid is met de diverse effecten en met name bedrijfsobligaties. In veel door de Vermogensmonitor gevoerde zaken stelt zij al langer dat er een onderscheid gemaakt moet worden in de verslaggeving en risicoclassificatie van bedrijfsobligaties.

    Ombudsman
    Tijdens de behandeling van een klacht (14 juni) over de overschreiding van de overeengekomen grenzen voor de asset-mix leek de Ombudsman (ook KiFiD) niet van plan om de mening van de Geschillencommissie over te nemen dat het risico van bedrijfsobligaties, voor wat het risicoprofiel betreft, voor 50% tot de aandelen te rekenen. Naar zijn overtuiging is het oordeel van de Commissie uitsluitend toepasbaar op de 'behoudend-beheer'-overeenkomsten van de betrokken vermogensbeheerder en bovendien alleen wanneer de bedrijfsobligaties vergelijkbaar zijn als in de onderhavige kwestie.
    Wat de Vermogensmonitor betreft slaat de Ombudsman hier de plank mis daar de Commissie in haar uitspraak duidelijk over bedrijfsobligaties in het algemeen spreekt: aangezien zulke company bonds ten aanzien van de nominale waarde over het algemeen (veel) minder zekerheid geven dan staatsobligaties.
    De Commissie merkt daarbij op dat Aangeslotene in de portefeuille niet alleen bedrijfsobligaties heeft opgenomen met een niet bijzonder goede rating, maar ook heeft gekozen voor staatsleningen met een rating die op zijn best kan worden beschouwd als medium risk. De portefeuille bevatte derhalve ook nog staatsleningen.

    Behoudend-beheer
    De uitgesproken mening is overigens goed bericht voor consumenten die een 'behouden-beheer'-overeenkomst hebben afgesloten met Wilgenhaege. We schatten in dat vrijwel alle portefeuilles onder deze overeenkomst een groter risico (hebben ge-) lopen dan is overeengekomen. Alhoewel de schade die daaruit volgt nog wel eens kan tegenvallen, geven de Uitspraak van de Commissie en de mening van de Ombudsman geweldige hoop voor de klanten van vermogensbeheer Wilgenhaege.

    Wilgenhaege vermogensbeheer
    De uitspraak van 6 mei 2010 heeft betrekking op het vermogensbeheer van een anonieme partij, maar bevat zulke specifieke informatie dat het voor de Vermogensmonitor niet moeilijk was om daarin Wilgenhaege Vermogensbeheer als de “Aangeslotene” te herkennen. Volgens enige gedupeerden die zelf hun zaak voeren en contact houden met de Vermogensmonitor heeft het KiFiD hen bevestigd dat het om Wilgenhaege gaat. Dezelfde bronnen weten tevens te berichten dat Wilgenhaege in beroep gaat tegen de uitspraak.
  • 24 maart 2010 - WAARSCHUWING voor exoneratieclausule

    Clienten van vermogensbeheerders die een nieuw risicoprofiel moeten tekenen kunnen te maken krijgen met een zogenaamde Exoneratieclausule.
    Wij adviseren beleggers om niet akkoord te gaan deze clausule, daar het de aansprakelijkheid van de betrokken beheerder zou beperken tot op een bedrag dat gelijk is aan maximaal het beheerloon over 2 kalenderjaren. Een schandelijke clausule die veel zegt over de Vermogensbeheerder.

    De berichtgeving over de clausule heeft inmiddels ook de aandacht van de AFM getrokken. Op verzoek van de AFM is aanvullende informatie verstrekt over de Vermogensbeheerder (Wilgenhaege) die deze clausule hanteert.

    De Vermogensmonitor adviseert clienten die een dergelijk overeenkomst hebben getekend of voor ondertekening aangeboden hebben gekregen, direct afscheid te nemen van de vermogensbeheerder.

    De rechtbank Haarlem heeft zich op 8 april 2009 overigens uitgelaten over deze clausule.
    Uit vonnis blijkt: Wilgenhaege heeft een beroep gedaan op artikel 7.1 van de VBO (VermogensBeheerOvereenkomst) waarin is opgenomen (zakelijk weergegeven) dat de aansprakelijkheid bij een verwijtbare tekortkoming is beperkt tot een bedrag dat gelijk is aan maximaal het beheerloon over 2 kalenderjaren. [eiser] heeft aangevoerd dat het beding ex art. 6:233 jo 237 sub vernietigd moet worden. De rechtbank overweegt als volgt. Een al dan niet gedeeltelijke uitsluiting van aansprakelijkheid wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn. De gebruiker van het beding zal moeten stellen en zonodig bewijzen dat het beding gerechtvaardigd is. Nu Wilgenhaege niet heeft gesteld waarom het beding niet onredelijk bezwarend zou zijn, zijn er onvoldoende aanknopingspunten om het vermelde wettelijke vermoeden weg te nemen, zodat terecht de nietigheid van het exoneratiebeding is ingeroepen.

    Een exoneratiebeding of exoneratieclausule is een vrijwaring op grond waarvan, mits in het betreffend geval en onder de gegeven omstandigheden geldig, een wettelijke verplichting tot schadevergoeding, ontstaan door een toerekenbare tekortkoming of onrechtmatige daad, wordt uitgesloten of beperkt. In de praktijk worden exoneratieclausules vaker bedongen dan wettelijk mogelijk is. Om een beroep op een exoneratiebeding te kunnen honoreren moet in de eerste plaats vast staan of de partijen vooraf voldoende op de hoogte waren van het beding en ermee akkoord gingen. Het beroep op het beding slaagt niet als een slachtoffer aannemelijk kan maken dat hij folders of informatiemateriaal waarin het beding werd kenbaar gemaakt niet zijn uitgereikt.
    Meer over exoneratieclausule

  • 19 maart 2010 - Melding bij AFM inzake Propertunity

    De Vermogensmonitor heeft op donderdag 18 maart de AFM op de hoogte gebracht van haar ernstige vermoeden dat beleggers in het vastgoedfonds Propertunity het slachtoffer zijn van belangenverstrengeling.
    Propertunity NL N.V. is een fonds dat sinds 2007 bestaat en waarin de handel in oktober 2008 (tijdelijk) is stilgelegd (de verkoop en inkoop van certificaten werd opgeschort). Sinds eind november 2009 zou het weer mogelijk zijn om via het "match-to-match" principe uit- en toe te treden.
    Fondsanalyst Beurswaage bericht op haar website dat het opvalt dat de beheerder van het fonds Wilgenhaege Fondsen Management B.V. evenals Wilgenhaege Vermogensbeheer B.V. gelieerd zijn aan Wilgenhaege Beheer B.V. Aanbieder, initiator en beheerder zijn derhalve dezelfde partij.
    De Vermogensmonitor heeft via het register van de Kamer van Koophandel geconstateerd dat Vermogensbeheer en Fondsmanagement uiteindelijk voor 100% in handen zijn van Jerry L.

    De Vermogensmonitor heeft op verzoek van diverse particuliere beleggers onderzocht of Wilgenhaege haar zorgplicht afdoende is nagekomen en trof bij toeval in veel van de onderzochte dossiers een zelfde patroon aan: op 31 juli 2008 werd voor rekening van de client de positie in het fonds Propertunity uitgebreid, terwijl de weging van het fonds in de portefeuilles van de clienten veelal meer dan het dubbele was van de gemiddelde deelname in andere fondsen en beleggingen.
    Circa twee maanden (oktober 2008) later sluit Wilgenhaege vervolgens het fonds. De verdenking bestaat dat Wilgenhaege niet in het belang van haar clienten heeft gehandeld toen zij de posities op 31 juli 2008 verder uitbreidde.
    De onderzochte dossiers zijn van clienten die onder vermogensbeheer vielen.

    Daar de Vermogensmonitor een kleine populatie van clienten vertegenwoordigt, heeft zij de AFM donderdag op de hoogte gebracht van haar bevindingen en vermoedens.

    Voor nagenoeg al haar clienten heeft de Vermogensmonitor inmiddels een klacht ingediend bij het KiFiD, waarin deze verdenking als een van de klachten is geformuleerd. Het KiFiD heeft zich tot op heden nog niet uitgelaten over de stelling dat er sprake zou zijn van belangenverstrengeling.
    Een spoedige afwikkeling via het KiFiD wordt niet verwacht daar in het voorportaal van het KiFiD - de Ombudsman - de klachten worden aangehouden in afwachting van de geschillencommissie die zich in de eerste helft van 2010 zou buigen over een aantal zaken.
    Vermogensmonitor overweegt nu de klacht omtrent de belangenverstrengeling bij het KiFiD weg te halen en aan de burgerlijke rechter voor te leggen. Een collectieve actie rond de vermeende belangenverstrengeling is niet ontvankelijk voor het Klachteninstituut KiFiD daar deze geen collectieve klachten in behandeling neemt.
    De Vermogensmonitor vermoedt dat nog honderden beleggers deelnemen in Propertunity.
    Meer: discussie rond Propertunity en Stedekroon op www.debeurs.nl

  • terug naar wegwijzer

    Nieuwsbrief
    E-mail:
    Naam:
      aan- af-melden

    Privacybeleid

    nieuwsbrief archief